Volgens Hof had vrouw haar recht op verrekening van huishoudkosten verwerkt

Na hun echtscheiding in 2010 twisten M en V onder meer over de verrekening van de kosten van de huishouding in de periode van 2003 tot en met 2007. De Rechtbank heeft geoordeeld dat M aan V € 145.000 is verschuldigd omdat V meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan waartoe zij volgens de huwelijkse voorwaarden verplicht was.

Familie & Echtscheidingen

Thans heeft het Hof in hoger beroep geoordeeld dat V haar recht om over de genoemde jaren de kosten van de huishouding te verrekenen, heeft verwerkt. Volgens het Hof is er gebleken dat M en V na 2003 met elkaar hebben besproken dat er meer werd uitgegeven dan dat er binnenkwam en dat in elk geval het gehele inkomen van V werd uitgegeven.

Kennelijk heeft V zich gerealiseerd dat zij meer uitgaf dan zij hoefde bij te dragen maar heeft daaraan jegens M geen enkele consequentie verbonden. Daarbij komt dat de gegevens die nodig zijn om de verrekening uit te voeren over de betreffende jaren niet meer volledig beschikbaar zijn, waardoor het feitelijk onmogelijk is uit te rekenen of één van partijen meer heeft bijgedragen dan waartoe zij op grond van de huwelijkse voorwaarden was gehouden.

Het Hof is van oordeel dat een reconstructie zoals de Rechtbank die heeft gemaakt daarmee onvoldoende rekening houdt en daardoor voor M onredelijke gevolgen kan hebben. Dat in de huwelijkse voorwaarden is bepaald dat het recht om verrekening van de kosten van de huishouding te vorderen na vijf jaar vervalt, doet niet af aan de rechtsverwerking door V.

Hof Arnhem 20 december 2012, nr 200.103.600 e.a. (LJN BZ0618)

Bron: Notamail.

actualiteiten over familie & echtscheidingen